zaterdag 25 juli 2015

Ik ben een beetje irritant


“Stel je voor dat je in Ouagadougou loopt. Je bent je paspoort, je mobieltje en je geld kwijt. Je bent verdwaald.  Je klampt mensen aan voor hulp, maar je spreekt geen Mossi en ook geen Frans. De mensen die je aanklampt, spreken geen Engels of Nederlands, alleen Mossi..”
Dat gevoel, dat je dan zou hebben, dat krijgen kinderen met autisme soms tijdens een schooldag. En het is goed dat we dat beseffen.

Ik ben een beetje irritant
Nou ja dat vind  ikzelf natuurlijk niet; of is dat niet natuurlijk? Nee, ik vind mezelf niet irritant, maar andere kinderen vinden mij soms irritant. Tenminste dat geloof ik. Ze zeggen het soms namelijk. Ik zal mezelf voorstellen, ik ben Timo, ik zit in groep 8 en ik heb autisme. Sommige kinderen zeggen dat ik een autist ben, maar je bent toch ook geen griep? Niet dat autisme een ziekte is hoor, maar ik bedoel dat ik autisme heb, niet ben. Als je me nog snapt.
In de klas is het heel druk. We zijn namelijk met 25 kinderen. Niemand heeft er verder autisme, maar er zijn wel twee jongens met ADHD. Die zijn druk, maar dat vindt niemand irritant geloof ik. Maar van mij zeggen ze altijd dat ik irritant ben. Nou ja, altijd is niet waar, maar ze zeggen het wel een paar keer, ik denk vier keer per week of zo. Dat zit namelijk zo. Ik kan heel goed dingen onthouden en daardoor kan ik wel goed discussiëren geloof ik. Andere kinderen zijn daar volgens mij niet zo goed in en vinden dat ik dan te lang doorga. Ik vind dat je pas klaar bent met een discussie als de ander zegt dat je gelijk hebt, maar sommige kinderen zeggen tegen mij: “Timo, je draaft door!” In het begin vond ik dat nergens op slaan, want ik draaf toch helemaal niet? Mensen lopen hard en paarden draven, maar dat heeft allebei niets met praten te maken, dus ik vind dat nergens op slaan. De meester heeft me toen uitgelegd dat doordraven, betekent dat je erg lang met een onderwerp doorgaat, terwijl anderen eigenlijk vinden dat je moet stoppen. Maar het is raar, want die kinderen zeggen dan niet ‘Timo stop ermee’, dus hoe kan ik dan weten wat ze echt bedoelen? Zo gaat het vaak in de klas hoor, nu ik er over nadenk. Soms denk ik wel eens dat ik anders ben. Sommige kinderen doen dingen die zij grappig vinden, maar die ik helemaal niet leuk vind. Van die stomme dingen als iemands jas verstoppen. Als ze dat bij mij doen word ik altijd kwaad. Ik bedoel, wat heb je daar nu aan? Alsof het leuk is dat je dan een kwartier aan het zoeken bent. De meester heeft dit jaar uitgelegd dat ze dat soort grapjes beter niet met mij kunnen uithalen, omdat ik dat niet leuk vind, dus nu doen ze het alleen bij elkaar. Wat ik wel leuk vind is in de pauze voetballen. Ik kan best goed voetballen, maar wat ik dan weer niet leuk vind, is dat ik snel ruzie heb tijdens het voetballen. Dat komt omdat de regels die je bij voetbal hebt niet goed worden nageleefd. En dat vind ik gek. Die regels zijn er toch niet voor niets? En regels waar je je niet aan houdt slaan nergens op. Dus dat zeg ik dan ook tijdens het voetballen. Iemand duwt bijvoorbeeld en dan zeg ik zoiets als: “Volgens het regelement mag je je tegenstander alleen maar een duw geven met je schouder en niet met je arm of je hand. En dan vindt iedereen mij weer een betweter. Ze zeggen dan dat een beetje duwen hoort bij voetbal, maar dat staat echt niet in de spelregels, want ik heb het opgezocht. Als is dat dan later probeer uit te leggen zeggen ze dat ik weer irritant zit te zeuren. Maar ik probeer toch alleen maar uit te leggen hoe het zit? Snap jij dat nou? En weet je wat ik ook niet snap? Vorige week hadden we een inval juf, want de meester was ziek. En toen ging iedereen ( nou ja, echt bijna alle kinderen) een andere naam opgeven. Dus iemand anders zei toen ineens dat hij Timo heette. Ik stak toen mijn vinger op en vertelde die juf dat hij eigenlijk Sjoerd heette en dat ik Timo was. Toen was iedereen boos op mij. Maar ik heet toch ook Timo? Maar de andere kinderen noemden mij toen een spelbreker. Alweer zo’n gekke uitdrukking. Ik wist niet dat het een spel was en trouwens, hoe kun je nou een spel breken? Ik vind het wel lastig hoor, om goed met de klas om te gaan. Soms snap ik echt niet wat ze nou precies willen van mij. Vorig jaar was het nog erger, toen werd ik echt gepest. Maar dit jaar heeft de meester samen met mij uitgelegd wat autisme is, dat helpt wel een beetje, want ik wordt niet gepest. Maar dat ze mij irritant noemen vind ik wel irritant. Vorig jaar wist ik niet wat ik
moest doen als er zo iets aan de hand was. Ik werd dan soms heel erg boos en sloeg iemand, maar dit jaar heeft de meester met mij afgesproken dat ik op een briefje moet schrijven waar ik boos of verdrietig over ben. Dat mag dan in onze klasse brievenbus. De meester leest dat dan en gaat samen met mij en de andere kinderen de problemen oplossen. Ik vind dat wel fijn hoor, maar toch denk ik soms dat ik van een andere planeet kom en niks van aardbewoners snap. Want hoewel de meester mij helpt, snapt hij me soms ook niet goed. Laatst nog: hij was een verhaal aan het vertellen over de watersnoodramp en toen zei hij hoeveel slachtoffers die geëist had. Maar wat de meester toen zei was verkeerd. Ik stak dus netjes mijn vinger op om dat te zeggen, maar toen werd de meester heel geïrriteerd. Volgens hem klopte het niet wat ik zei. Ik bleef echter volhouden, want ik wist het echt zeker. Toen werd hij echt boos en stuurde me de klas uit. Later hebben we er wel over gepraat en het opgelost samen. Ik snap alleen niet hoe het andere kinderen lukt om school te overleven. Misschien moet ik Francine Oomen eens mailen*
*Schrijfster van de “Hoe overleef ik..” serie. Heel populair onder basisschool kinderen.
Dit verhaal van een basisschoolleerling met ASS vertelt met een knipoog hoe moeilijk het voor kinderen met autisme is om een schooldag door te komen met andere kinderen en de leerkracht. School is voor hen soms een onbegrijpelijke plek, met onbegrijpelijke mensen die onverwachte dingen doen en die jou nooit schijnen te begrijpen. Veel kinderen met autisme merken dat, maar weten niet wat ze er aan kunnen doen. Dat stemt ze soms verdrietig, maakt ze soms wanhopig en boos. Het is goed als leerkrachten (en andere kinderen) leren beseffen hoeveel energie zo’n dag kan kosten en hoe vervelend het is als niemand jou schijnt te begrijpen en jij hen niet. “ De taak van leerkrachten is daarom in de eerste plaats “verhelderen.” Het toelichten en uitleggen van voor deze kinderen onbegrijpelijke situaties.

Dit verhaal schreef ik eerder voor LMA Magazine

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen