Over mij

Mijn foto
Ik schrijf en geef lezingen over gedragsproblemen, gedrags- en ontwikkelingsstoornissen vanuit bijna 40 jaar onderwijservaring, een Master SEN studie en veel, véél leeswerk. Ik benader alles vanuit de vraag "Maar wat kan ik er nu mee in de klas?" Beknopte theorie en veel praktische handreikingen die je morgen al kunt toepassen in je klas. Zie ook www.gedragsproblemenindeklas.nl

donderdag 22 augustus 2013

Jij bent mijn juf niet!


Adri van 6 loopt over de gang. Dat doet hij niet al te zachtjes, want hij heeft een goede bui. Ook zijn snelheid is niet helemaal zoals de leerkrachten van deze school dat graag zien. Een juf die Adri voorbij haar lokaaldeur ziet rennen, roept hem terug. “Ik wil graag dat je rustig door de gang loopt en dat je zachtjes praat. Je stoort andere kinderen met je luide stem en als je zo hard loopt, kun je botsen met andere kinderen. Bovendien weet je best wat de regels op school zijn.” De juf praat rustig, ze gebruikt positief gestelde regels en legt keurig uit waarom die regels gevolgd moeten worden. Een zeurpiet zou misschien kunnen opmerken dat haar verhaal wat aan de lange kant is om tegen een kind van zes jaar af te steken, maar voor de rest lijkt alles pedagogisch verantwoord.

Het antwoord dat Adri geeft had de juf dan ook niet verwacht. “Jij bent mijn juf niet!” roept hij boos. Dat Adri daar gelijk in heeft, vond de juf op dat moment niet zo relevant. Ze was nu lichtjes geïrriteerd en zei dat Adri maar even mee moest komen naar de klas. Adri herhaalde nog maar eens op luide toon dat zij zijn juf niet was en draaide zich om. De juf, die nu méér dan lichtjes geïrriteerd was, greep hem bij zijn arm en voerde hem mee naar haar klas. Daar plantte ze Adri op een stoel. “Blijf hier maar even zitten. Ik wil even geen woord meer horen.” zei ze boos.

“Wie is jouw juf?” vroeg ze na een paar minuten op boze toon. Adri gaf geen antwoord. “Zeg, ik vroeg je wat. Wie is jouw juf?”  Geen antwoord. “Zeg ik vraag toch niet iets heel moeilijks? Wie is jouw juf? Bij wie zit je in de klas?” Adri staarde naar de grond, zachtjes wiebelend. De juf begreep er niets van. Dit voerde allemaal veel te ver. Ze had gewoon gewild dat dit jongetje wat minder herrie maakte en wat minder snel door de gangen liep. Nu zat ze hier met een niet reagerend kind, dat ook nog brutaal geweest was en nu net deed of hij er niet was. Wat was er verkeerd gegaan?

Op dat moment kwam een collega de klas in. “Waarom zit Adri hier? Dat is altijd zo’n lief mannetje.” De juf vertelde wat er was gebeurd. “Dat snap ik wel, zei haar collega. Adri heeft wat ze vorig jaar nog PDD- NOS noemden. Hij heeft ASS (Autisme Spectrum Stoornis) in “lichte” vorm. Ze legde uit wat er naar haar idee gebeurd kon zijn. Wat zij vertelde, is een verhaal dat je op meer scholen zou kunnen tegenkomen als je niet oppast. Daarmee bedoel ik overigens niet, dat je de deur dicht moet houden als zich kinderen met ASS op school aanmelden.

Er gebeurde in dit verhaal het volgende: de leerkracht die Adri zag rennen, had om te beginnen geen idee dat ze te maken had met een kind met autisme. Daardoor maakte ze een aantal begrijpelijke “fouten.” Ze vertelde Adri een heel verhaal, overdreven gezegd “een woordenbrij.” Als je iets wilt van kinderen met ASS, moet je kort en to the point zijn. Adri reageerde met “jij bent mijn juf niet.” Vanuit zijn autistische kijk is dat een logische reactie. Hij heeft geleerd dat hij naar “zijn” juf moet luisteren. Hem was nog niet geleerd (of hij had dat nog niet in zijn systeem zitten) dat je óók naar andere leerkrachten moet luisteren. Hij zegt dus wat hij weet en ziet. Dat kwam brutaal over bij de leerkracht die hem staande hield.

De juf pakt Adri beet, waar Adri gelukkig niet op reageerde, maar wat veel kinderen met ASS nog minder prettig vinden dan kinderen die geen stoornis hebben. Een scene met een gillend spartelend kind was niet ondenkbeeldig geweest.

De leerkracht zet Adri op een stoel en zegt: “geen woord meer.” Korte tijd later gaat ze hem vragen stellen, die hij moet beantwoorden. Het is echter goed mogelijk dat Adri zich houdt aan het “geen woord meer.” Kinderen met ASS nemen figuurlijk taalgebruik nogal eens letterlijk op.


Alles in ogenschouw nemend, is de school als geheel niet handig bezig geweest. Als er kinderen zijn die een afwijkende aanpak nodig hebben ( en vaak is dat voor kinderen met ASS het geval), dan moet je zorgen dat iedereen daar van op de hoogte is. Zelfs al was de leerkracht die Adri onderschepte orthopedagoog geweest, als ze niet wist dat Adri ASS had, kon ze nooit de goede benadering kiezen.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten